Geschiedenis van de ligfiets in Nederland.

door Henk Zwols

JOUTA LIGFIETSEN.

Ferwerd 1998.

In het uiterste noorden van Friesland ligt het dorpje Ferwerd. Rijden we richting Hogebeintum dan vinden we links een gloednieuw gebouw; metaalbewerking Jouta B.V. Sijtze Marcelis Jouta, nu 57 jaar, staat achter de draaibank een lange kunststoffen as te bewerken. Hij heeft tijdens het twaalfjarige ligfiets avontuur zijn oude beroep van zelfstandig metaalbewerker nooit helemaal opgegeven. In het moderne kantoor laat hij trots een serie foto's zien van fraaie bungalows en statige boerderijen. ``Dit maak ik nu steeds meer, siersmeedwerk en tuinornamenten zoals hekken en zonnewijzers. Via het bedrijfje van mijn zoon Hans, Jouta Art en Design, kan ik zelfs bronzen en betonnen beeldhouwwerken leveren. Hans is de artistiekeling in de familie, hij heeft een avondopleiding aan de kunstacademie Minerva in Groningen afgerond.'' Opmerkelijk dat diezelfde artistieke aanleg ook wordt aangetroffen bij de constructeurs van de Roulandt en de M5 ligfietsen.

De uitvinders.

Omstreeks 1980 haalde Sijtze Jouta de krant met een stoel aan een lange zwenkarm, waarmee hij in de werkplaats van de ene machine naar de andere kon zweven. Ook fabriceerde hij een rolstoel met hefinrichting en verbeterde hij de toen gangbare Groene Kruis kruk. ``De paar gebruikers waren enthousiast, maar het liep niet storm bij de ziekenfondsen. Als ik het van mijn uitvindingen moest hebben, dan was het niet best.'' In het verleden had Hans menige fiets verzaagd en weer aan elkaar gelast. Onder andere een buikligger was eens het resultaat, niet echt iets om in produktie te nemen. Na het zien van een foto van een driewieler en vooral na het zien van de in 1983 door het blad `Fiets' georganiseerde internationale ligfiets wedstrijd op Zandvoort pakten de toen 17-jarige Hans en zijn jaar jongere broer Wijtze het ligfiets bouwen weer op. Volgens Sijtze reed Bram Moens in de wedstrijd nog mee op een Roulandt. ``Hans had tijdens zijn MAVO-opleiding nooit veel belangstelling voor mijn toeleveringsbedrijf in metaalwaren, maar na deze race kwam zijn technisch kunnen naar voren.''

De Jouta driewieler.

Hans maakte honderden tekeningen van ligfietsen met verschillende zithoeken, voor- en achterwiel aandrijvingen. Twee-, drie- en vierwielers passeerden de revue. ``We zijn zo een half jaar samen bezig geweest. De overige familieleden konden op het laatst het woord ligfiets niet meer horen.'' De eerste ligfiets, in één weekend van twee oude fietsen in elkaar gelast, was een tweewieler die later met het oud ijzer mee ging. ``Twee wielen is voor snelheid records, dat streefden wij dus niet na'' verklaart vader Sijtze, ``daarom is het een veel stabielere driewieler geworden.'' Deze ligfiets werd met twee pookjes aan beide zijden onder de zitting bestuurd. Een hydraulische besturing werkte perfect maar zou de fiets te duur maken. Hans besteedde weken aan het maken van een stroomlijn omhulling, eerst een mal van hout en schuimplastic, waarna Vrijburg in Nijbeets er een polyester kuip van maakte. De familie Jouta kwam met drie van deze zogenoemde `eitjes' naar een wedstrijd in de veilinghal van Aalsmeer. ``Twee zijn er gecrasht en waren total loss, de derde heeft de eindstreep nog gehaald.'' Hierop werd de besturing verder naar voren geplaatst en de niet goed gestroomlijnde kap verwijderd.

Octrooi en uitvoering.

Op 24 september 1984 werd op de zeer speciale kantel/knikbesturing octrooi aangevraagd. De eerste driewielers hadden nog 24" wielen en waren ongeveerd. Later wordt de Jouta VX (V van vering) gebouwd met 20" wielen en achtervering. Met een 66-tands kettingwiel, later een 72-tands, en een vijfvoudige derailleur van 13-28 wordt het voorwiel aangedreven. Een Sachs trommelrem in het voorwiel stopt de fiets. De twee stuurpookjes onder de kuipzit sturen de twee achterwielen. Een 50 graden schuin liggend scharnier achter het zitje verbindt het voor en achterstuk. Door het naar achteren trekken van een stuurpook kantelt de fiets de bocht in en kan zelfs met de vingertoppen of losse handen gestuurd worden. Het voorwiel heeft een compleet spatbord, de achterwielen een stukje om de schouders en armen te beschermen in de bochten. De driewieler weegt 17 kg, heeft een breedte van 64 cm bij een lengte van 2 meter en is door het ministerie van Verkeer en Waterstaat goedgekeurd. Eind 1984 werd gestart met een kleine serie van deze `kameel', je zat immers tussen twee bulten (wielen). Deze witte Jouta's werden na een levertijd van ongeveer vier weken compleet verkocht voor f 1500,- door o.a. van Weelden in Bilthoven en Wim Kok in Utrecht.

Publiciteit en promotie.

Met een grote foto van de Jouta driewieler, het eitje, en zijn drie uitvinders besteedt de Leeuwarder Courant op 12 oktober 1984 als eerste aandacht een deze supersnelle Friese ligfiets. Bij een ligfiets wedstrijd in Sloten bij Amsterdam haalde Wijtze Jouta op de 200 meter sprint zelfs 60 km/uur. ``De Jouta won alles, zelfs van een gestroomlijnde M5'' zegt Sijtze vol trots. ``Jammer dat er in HPV Nieuws weinig of geen aandacht aan werd geschonken.'' ``Eenvoudig, snel, rank en licht, en dat met gebruik making van gewone staalsoorten is een superprestatie'' verklaart fietsenvakman Cees van Weelden uit Bilthoven in het Utrechts Nieuwsblad/N.Z.C. van 22 maart 1985. Diezelfde journalist, Gijs van Bremen, zag bij de in het Engelse Milton Keynes gehouden internationale HPV-treffen de broertjes Jouta en Cees van Weelden aan de diverse wedstrijden meedoen. Vooral de perfect werkende achterwiel besturing verbaasde de Britten, die hier zelf ook al lang mee bezig waren. Ook bij wedstrijden in Nederland waren de Jouta's succesvol. In Haarlem 1986 werden ze vijfde en zesde. Bij een behendigheid wedstrijd en praktische beoordeling in Almere 1987 werden de Jouta driewielers zelfs eerste, tweede, vierde en zevende. Op 5 augustus 1986 werden door `Fly High Productions' 21 Jouta's naar Tiel gehaald om tijdens het voorprogramma van de Profronde van Tiel een ligfiets race te houden. Men verwachtte van de goed getrainde rijders snelheden van zo'n zestig tot zeventig km/uur. Ook in Zweden werd op Jouta's gereden, getuige de enthousiaste artikelen in de kranten `Karlstads Forum' en `Värmlands Folkblad'. ``In een vergelijk met een tweewieler kregen we in HPV Nieuws een slechte test'' moppert Sijtze, ``vooral omdat Marco Ising een fervent tweewiel rijder was.'' Van 10 juli tot en met 11 september 1993 waren de Jouta ligfietsen ook te bewonderen op een HPV tentoonstelling in de glazen koepel van het Technologiecentrum Aeolus te Sexbierum.

Jouta 2000.

``Als ik een prijs voor vormgeving te vergeven had, dan wist ik het wel; die ging direct naar de nieuwe kunststof Jouta 2000. Zoals ze op de wedstrijd in Almere te zien waren, prachtig uitgevoerd in een schitterende zilvergrijze autolak, riepen ze direct associaties op met beroemde Italiaanse ontwerpers van topklasse sportauto's.'' Dit zijn de woorden van Bernd Zwikker in HPV Nieuws van juli 1987. Het zelfdragende kunststof frame met stalen verstevigingen bij het bracket vormt meteen spatborden en bagageruimte. Deze uitvoering komt niet in produktie omdat de prijs minimaal op f 2800,- zou uitkomen. Gekozen werd voor een goedkoper te fabriceren model. In eigen beheer werd van karton, daarna gips en polyester een zelfdragende body ontwikkeld welke later via een rotatie gietprocédé van polyethyleen werd gemaakt. Men koos voor gespaakte stalen wielen, afgedekt met kunststof platen. Het stuurprincipe is hetzelfde als van zijn grote broer de Jouta VX. Deze 2000 werd in samenwerking met rijwielfabriek Rivel op de markt gebracht voor een prijs tussen de f 1200,- en f 1600,-. Men kon kiezen uit de kleuren grijs, rood en geel en een drieversnelling naaf of geen versnelling. Deze matte kunststof fiets trok veel belangstelling op de tweewieler-RAI van 1988. De reacties waren zeer extreem; de een vond hem top design, terwijl anderen hem kinderachtig speelgoed vonden. Ook vonden oude klanten de ijzeren Jouta beter rijden. Na enkele grote series werd het kunststof model later alleen nog op bestelling geleverd met kwalitatief betere onderdelen.

`365 Dagen fiets' wedstrijd.

Op initiatief van een aantal ligfiets fabrikanten werd nagedacht en gesproken over criteria waaraan een ligfiets zou moeten voldoen, die het gehele jaar door kon worden gebruikt. Ter ere van het 10-jarige bestaan besloot het blad `Fiets' een prijs uit te loven van f 25.000,- voor deze `365-dagen fiets'. Samen met de Technische Universiteit van Eindhoven werd de organisatie ter hand genomen. De deelnemers dienden zich eerst te klasseren door in één uur 35 km af te leggen en zouden dan punten geven voor: 1 bruikbaarheid onder alle weersomstandigheden, 2 algemene rij-eigenschappen, 3 bruikbaarheid in het verkeer, 4 comfort, 5 snelheid, 6 draagvermogen (min. 15 kg / 80 liter), 7 onderhoud en reparatie, 8 fabricage. Verder gaf een vakkundige jury punten voor de produceerbaarheid. Op 17 maart 1993 werd de 35 km gereden op de 2,1 km lange, ovale testbaan van DAF in St.Oedenrode. Jouta kwam met een DX (D van 365 Dagen) en een ZX (Z van laatste model). De DX was een aangepaste VX met een gelikte stroomlijnkap en afsluitbare bagageruimte. De ZX was een speciaal voor deze wedstrijd ontwikkelde Jouta driewieler, ook voorzien van een luxe stroomlijn. Deze fiets had verder twee vaste voorwielen en een sturend achterwiel, allen 20" en rubber geveerd. Het linker voorwiel werd aangedreven met een afgedekte ketting die door tussenassen 36 versnellingen bediende. De stuurknuppel gaf naar keuze bij een grote snelheid weinig en bij een kleine snelheid zeer veel wieluitslag. Dit superieur vormgegeven en afgewerkte Jouta ZX prototype had een totaalgewicht van 35 kg en zou tussen de f 4000,- en f 8000,- gaan kosten. Van de 26 deelnemers slaagden slechts negen voor de snelheidslimiet. ``Tot mijn grote verrassing werd de Alleweder winnaar, terwijl wij nog wel het meest aan alle criteria voldeden. Het verliep voor ons dus, ondanks zeer veel werk, erg teleurstellend. Ik zou het juryrapport wel eens willen inzien.'' klaagt Sijtze Jouta. Wel behaalde de Jouta ZX eind 1993 nog een gedeelde tweede plaats in een door HPV Nieuws uitgeschreven designwedstrijd.

Nieuw model, het einde.

Op de RAI van 1992 stond al een vernieuwde Jouta VX met een 12 v Orbit naaf en hydraulische remmen voor een prijs van f 2300,-. Op de FietsRAI van 1994 verrast Jouta de ligfiets wereld met een modulaire tweewielige ligfiets, de Jouta RX. Bij deze korte wielbasis ligfiets was alles verstelbaar, de bracketbuis was uitschuifbaar, evenals het achterstuk waardoor de wielbasis veranderde. Ook de zithoek van de stoel, bestaand uit vier met schuim overtrokken buizen, was aan te passen. Verder had de fiets twee 26" wielen en ging met een Shimano 400CX afmontage f 2775,- kosten. Tegen meerprijs was een geveerde voorvork leverbaar. Toch kwam het einde snel en onverwacht. ``Wij zijn uit frustratie over de 365 dagen fiets wedstrijd en het feit dat het geheel te veel tijd in beslag nam gestopt'' verklaart Sijtze Jouta. ``De vele telefonische informatie- en verkoopgesprekken, de interviews, RAI en andere exposities, folders drukken, het was commercieel niet langer verantwoord. We hebben na de wedstrijd het Jouta ZX prototype verkocht. Verder zijn er van de driewielers en Jouta's VX ongeveer 150 stuks, van de Jouta 2000 250 stuks en van de Jouta RX tien stuks verkocht. Het was een mooie tijd maar het bracht niet echt geld in het laatje.'' Momenteel is er in het hele pand geen stukje materiaal dat nog aan de ligfiets periode herinnert.


Oorspronkelijk verschenen in `HPV Nieuws' (nummer 5/98, pag. 4 e.v.), als onderdeel van de serie `Geschiedenis van de ligfiets in Nederland'.
HTML tags toegevoegd door Axel Belinfante, gebaseerd op het oorspronkelijke ms word document.